beëindiging slapend dienstverband: transitievergoeding hangt niet af van gekozen beëindigingsroute
Gepubliceerd op: 4 mei 2020
een slapend dienstverband na 104 weken ziekte kan worden beëindigd door toestemming voor ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid te vragen aan het uwv. ook kan dit worden geregeld via de rechter of een vaststellingsovereenkomst. in dit kader heeft een uitspraak van de hoge raad op 8 november 2019 veel aandacht gekregen. uit die uitspraak volgde dat er van een werkgever zou kunnen worden verlangd om in te stemmen met een voorstel van de werknemer om een slapend dienstverband te beëindigen, onder betaling van een transitievergoeding. die vergoeding hoeft niet hoger te zijn dat hetgeen waarop de werknemer na 104 weken ziekte recht zou hebben gehad.
ook tellen de jaren tussen 104 weken ziekte en het moment van beëindiging niet mee voor de hoogte van de vergoeding. onder juristen werd gesuggereerd dat de laatstbedoelde jaren in een rechtszaak wél zouden meetellen voor de hoogte van de vergoeding. in een recente uitspraak deelt de rechtbank amsterdam de mening van die juristen niet.
tip
naar het oordeel van de rechtbank amsterdam is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat een rechtzoekende door de gekozen beëindigingsroute aanspraak zou kunnen maken op een hogere (transitie)vergoeding. de rechtbank maximeerde de toegewezen transitievergoeding dan ook op het moment van het bereiken van 104 weken ziekte en telde de jaren daarna niet mee voor de hoogte van de transitievergoeding.