Overlijden broer leidt niet tot staking onderneming in samenwerkingsverband met zus
Een broer en zus hebben een vennootschap onder firma waarin zij een akkerbouwbedrijf exploiteren, waarbij de broer de werkzaamheden op het land uitvoert en de zus administratieve werkzaamheden verricht. In 2016 overlijdt de broer, waarna de zus een beroep doet op de doorschuiffaciliteit voor de inkomstenbelasting (artikel 3.62 Wet IB 2001) en de eenmanszaak vervolgens inbrengt in een bv met een beroep op de geruisloze inbrengfaciliteit (artikel 3.65 Wet IB 2001). De inspecteur stelt zich op het standpunt dat de onderneming als gevolg van het overlijden is gestaakt en dat er sprake is van normaal vermogensbeheer (box 3).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant is van oordeel dat het voor de vraag of er sprake is van een onderneming niet relevant is wie welke werkzaamheden verricht binnen het bedrijf. Er is nog steeds sprake van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid. In 2016 zijn ook ondernemingsrisico’s gelopen, zoals het risico op oogstderving en op prijsfluctuaties. Deze risico’s zijn van geheel andere orde dan de risico’s die zouden samenhangen met het enkel verpachten van de grond aan een derde.