Een ander argument, dat minstens zo belangrijk is, is de mogelijke mate van teleurstelling na afloop van een rechtszaak. Veelal blijkt bij dit soort minder technische en meer 'duw-en-trek dossiers' dat na afloop niet één partij, maar beide partijen hun 'zin' niet of onvoldoende hebben gekregen. De partijen kunnen de uitspraak dan maar moeilijk 'geloven'. Ondanks het gegeven dat alle feiten en overwegingen helder op een rij gezet zijn, vraagt men zich af hoe een rechter dan toch tot zo'n uitspraak of vonnis heeft kunnen komen. Het antwoord is redelijk eenvoudig. De rechter weegt de 'feiten' anders dan de partijen zelf. Gevolg is dat de onderliggende emoties bij partijen dus ook anders worden gewogen dan zij zelf doen.
Als de weging anders is, zijn de juridische en financiële gevolgen dat ook. Wat de ene partij als een grove schending ziet, kan de rechter als een kleine overtreding zien, en omgekeerd. Vaak vergeet men dat rechters niet oordelen in emotie. Voor emotie is relatief weinig plaats. Bovendien zal de rechter de wel tellende emotie uiteindelijk juridisch moeten duiden en vertalen. Daar komt bij dat rechters veelal onvoldoende deskundig zijn in de materie of de branche. Rechters zijn bij uitstek deskundig in het recht. Dat is wezenlijk iets anders. Het resultaat van arbitrage, bindend advies, mediation en bemiddeling leidt daarom veelal tot meer acceptatie dan een rechterlijke uitspraak.