bij de waardering van deelnemingen tegen nettovermogenswaarde moet een (wettelijke) reserve worden aangehouden. deze moet worden aangehouden voor het aandeel van de resultaten van de deelneming waar de deelnemende rechtspersoon niet vrijelijk over kan beschikken. dat speelt bijvoorbeeld indien de deelnemende rechtspersoon geen overheersende zeggenschap in de deelneming heeft. vaak wordt over het hoofd gezien dat de reserve alleen maar hoeft te worden gevormd voor de door de deelneming behaalde resultaten (voor zover niet uitgekeerd) sinds de eerste waardering van de deelneming.
een deelneming kan op het moment van aanschaf natuurlijk beschikken over een positieve overige reserve. de hoogte daarvan (uiteraard naar rato van het deelnemingspercentage) moet bij de deelnemer elk jaar in mindering worden gebracht op de te vormen wettelijke reserve.