Opname vorderingen op bestuurders verplicht – ook bij kleine rechtspersonen!
Vorderingen op bestuurders komen vaak voor bij kleine rechtspersonen, bijvoorbeeld in de vorm van een rekening-courant of een lening. In de praktijk worden deze posten echter regelmatig vergeten in de publicatiejaarrekening. Ten onrechte, want de wet verplicht een afzonderlijke vermelding – óók voor kleine rechtspersonen. Zowel in de inrichtingsjaarrekening als in de publicatiestukken moet deze informatie duidelijk en volledig worden opgenomen. De vorderingen, leningen en voorschotten aan bestuurders of commissarissen moeten daarbij volgens artikel 2:383c BW altijd apart worden toegelicht. Wat betekent dit concreet?
In de praktijk betekent dit dat je in voorkomende gevallen ook de voorwaarden, rentepercentages en terugbetalingsafspraken moet vermelden met betrekking tot deze vorderingen op bestuurders of commissarissen.
Transacties met bestuurders
Artikel 2:396 BW biedt kleine rechtspersonen wél vrijstelling voor onder andere het bestuursverslag en uitgebreide toelichtingen op de resultatenrekening. Maar transacties met bestuurders zijn hiervan uitgesloten. Die moeten namelijk in alle gevallen zichtbaar blijven, dus óók in de beknopte publicatiejaarrekening. In de inrichtingsjaarrekening moeten deze posten volledig worden toegelicht.
Volgens de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor kleine rechtspersonen (RJk) is het vereist om deze vorderingen apart op te nemen. Bijvoorbeeld onder “overige vorderingen”, met een toelichting op aard, omvang en risico. Ook voor de publicatiejaarrekening die bij de Kamer van Koophandel wordt gedeponeerd, blijft deze verplichting gelden. Het opnemen van het saldo van de vordering zónder toelichting volstaat dus niet.
Tip
Laat vorderingen op bestuurders nooit wegvallen in verzamelposten. Ook bij kleine vennootschappen moet je deze apart vermelden én toelichten in zowel de inrichtings- als de publicatiejaarrekening.