NVKM en SKM 1: behandeling component F (middelen)
In deze reeks over de Standaard voor kwaliteitsmanagement 1 (SKM 1) behandelen we per Fiscasus één component. Inmiddels zijn we nu toe aan de zesde component: component F (middelen). Het gaat hier dan over de middelen die het kantoor nodig heeft met betrekking tot het tijdig verkrijgen, ontwikkelen, gebruiken, onderhouden, alloceren en toewijzen van middelen en hoe dit leidt tot het opnemen van kwaliteitsdoelstellingen in het kwaliteitsmanagementsysteem. Maar wat zou je in dit kader dan moeten verstaan onder het begrip ‘middelen’?
Het begrip ‘middelen’ valt uiteen in vier hoofdonderwerpen, waarbinnen kwaliteitsdoelstellingen worden gedefinieerd. Deze onderwerpen zijn:
- human resources;
- technologische middelen;
- intellectuele middelen;
Ook onder de huidige NVKS dient te worden vastgesteld of een kantoor voldoende en geschikte middelen tot haar beschikking heeft om (specifieke) opdrachten te kunnen uitvoeren. SKM 1 gaat hierin (veel) verder, door de hoofdcomponenten te duiden en aan te geven dat deze ook gericht moeten zijn op de werking van het kwaliteitsmanagementsysteem zelf. Nieuw is de onderkenning dat serviceproviders deze middelen kunnen beheren, waardoor ook risico’s kunnen ontstaan.
Tip
Het gaat voor deze Fiscasus te ver om ook alle subcomponenten te benoemen. Wij raden je daarom aan om artikel 32 van de SKM 1 goed door te lezen, alsmede de bijbehorende A-paragrafen (86-108). Ga na wat op jouw situatie van toepassing is en voeg eventueel kantoorspecifieke kwaliteitsdoelstellingen toe.