Een impairment ontstaat meestal niet van de ene op de andere dag. Vaak zijn er al langere tijd indicatoren zichtbaar, zoals teruglopende omzet, structurele verliezen, negatieve kasstromen of het verlies van belangrijke klanten. Ook leegstand bij vastgoed, technologische veroudering of reorganisaties kunnen wijzen op een lagere realiseerbare waarde van activa. Daarnaast spelen externe factoren een rol. Denk aan economische onzekerheid, stijgende rente of veranderende marktomstandigheden. Vooral bij ondernemingen met continuïteitsproblemen neemt het risico op impairments toe. Ook wanneer de jaarrekening nog op continuïteitsbasis wordt opgesteld, kan een bijzondere waardevermindering noodzakelijk zijn.

Kritische beoordeling nodig
Het bepalen van een impairment is sterk afhankelijk van schattingen van het management, zoals toekomstige kasstromen en groeiverwachtingen. Volgens RJ 110 moeten belangrijke schattingen en oordelen worden toegelicht wanneer deze essentieel zijn voor het inzicht in de jaarrekening. In de praktijk ontstaan problemen vooral wanneer ondernemingen te optimistische prognoses gebruiken of signalen onvoldoende documenteren. Juist daarom is een kritische beoordeling van indicatoren, aannames en onderbouwingen essentieel.

Tip
Leg signalen van mogelijke waardeverminderingen tijdig vast in het dossier en beoordeel expliciet of een impairmenttest noodzakelijk is. Dat voorkomt discussie achteraf over de waardering van activa.