Coachen van museumdirecteur (2) - waar gaat het mis?
De oud-staatssecretaris is de informele leider. Hij is in het bestuur gevraagd om deuren te openen. Dat doet hij goed en hij pakt daarbij handig zijn 'schijnwerpermomenten'. De directeur overweegt om ermee te stoppen. Hij kan niet tegen deze personen op, zo geeft hij zelf aan. 'Het is de baan van mijn leven, maar ik denk dat ik gewoon niet geschikt ben'. Van een afstandje zie ik drie ruimte nemende mensen en een meer introvert persoon (directeur). Op de momenten dat hij zijn punt wil maken, probeert hij de personen in 'hun stijl' te bereiken. Daar gaat het mis. In 'hun stijl' gaan ze elkaar niet vinden. Op dat moment raakt de directeur volledig uit zijn kracht.
Stoppen zou weleens jammer kunnen zijn. De personen lijken elkaar juist goed aan te vullen in hun kwaliteiten en – wat redelijk uniek is – elkaars rollen worden volledig geaccepteerd. Vraag is natuurlijk: waar gaat het dan mis?
De directeur probeert de anderen te overtuigen op een wijze die niet bij hem past. Hij gaat ‘stellen’.
Deze directeur kan leren om – vanuit ruimte geven – leiding te gaan geven aan dit team. Door de overstap te maken van stellen naar vragen stellen, zullen de gesprekken met hen heel anders gaan verlopen. Vragen stellen is een kunde, die goed valt te leren. Een zekere lay-backhouding past goed bij de meer introverte natuur van de directeur. Hij gaat ervaren dat juist de anderen harder moeten werken in plaats van dat hij dat doet als hij de anderen ‘afremt’ in hun opportunisme. Zo kan juist hij in zijn kracht komen.
Het leuke is dat deze directeur niet alleen veel beter in zijn vel zit, maar ook heeft besloten om een coachopleiding te gaan volgen. Daar waar hij het eerst niet zag, ziet hij nu een enorme leerruimte voor zichzelf.