een bv exploiteert een vakantiepark. vanaf 2014 biedt zij haar gasten tegen betaling wifi aan, waarbij zij 6% btw in rekening brengt. ongeveer 70 à 80% van de gasten maakt gebruik van de wifi. vanaf 2016 neemt de bv het wifi-gebruik op in de accommodatieprijs. in tegenstelling tot de rechtbank oordeelt
hof arnhem-leeuwarden dat het wifi-gebruik in 2014 en 2015 een aparte, zelfstandige prestatie is die terecht belast is met 21% btw. het hof acht van belang dat de gasten in die jaren een aparte vergoeding betaalden voor het wifi-gebruik en dat niet alle gasten wifi gebruikten. het wifi-gebruik had ook geen functionele band met het gebruik van de accommodatie.