een man verkoopt in 2009 twee percelen grond. de inspecteur heeft de verkoopwinst van beide percelen belast als resultaat uit overige werkzaamheden (row). de man is het daar niet mee eens.
rechtbank zeeland-west-brabant stelt vast dat hof den bosch in 2016 heeft geoordeeld dat een van de percelen al in 2006 tot het row-vermogen behoorde. uit het beginsel van balanscontinuïteit volgt dat dit in 2009 niet anders is. het tweede perceel grond hangt zo nauw samen met het eerste perceel grond (de percelen zijn onder meer tegelijk geleverd en bouwrijp gemaakt), dat ook de verkoopwinst van dit perceel belast is als row.