kenbare onjuiste verwachtingen echtpaar breiden adviesplicht uit
Gepubliceerd op: 4 april 2019
een belgisch echtpaar schenkt de certificaten van aandelen in een nederlandse bv aan hun kinderen. op advies van hun belastingadviseur maken zij daarbij een voorbehoud op het recht van vruchtgebruik. hierdoor bleef het echtpaar aanmerkelijkbelanghouder van hun bv, waardoor de ter beschikking gestelde panden aan deze bv belast bleven in box 1. het echtpaar stelt echter er steeds vanuit te zijn gegaan dat deze panden na de schenking belast zijn in box 3. de panden zijn ook in de ib-aangiften van 2006 tot en met 2011 aangegeven in box 3. nu na jaren blijkt dat dit onjuist is, eisen zij een schadevergoeding van hun adviseur voor de geleden belastingschade.
de hoge raad oordeelt dat het hof ten onrechte de stellingen van het echtpaar heeft verworpen als onvoldoende onderbouwd. als hun stellingen komen vast te staan, kan dat van invloed zijn op de adviesplicht van de belastingadviseur in verband met de schenking. of bij de advisering over de schenking van de certificaten ook de gevolgen voor de fiscale positie van de bedrijfspanden hadden moeten worden betrokken, hangt namelijk mede af van de voor de belastingadviseur kenbare verwachtingen die het echtpaar hierover had. de hoge raad verwijst de zaak naar hof arnhem-leeuwarden om dit te onderzoeken.