een bv drijft een effectenkantoor. zij sluit een samenwerkingsovereenkomst met een stichting, die de aangekochte beleggingen bewaart via een centrale rekening bij een bank. de bv verzorgt het beheer en brengt daarvoor een fee in rekening aan haar cliënten. zij brengt hierbij geen btw in rekening, omdat zij meent recht te hebben op toepassing van de vrijstelling voor gemeenschappelijke beleggingsfondsen. terecht, oordeelt
hof arnhem-leeuwarden. de bv is weliswaar formeel geen instelling voor collectieve belegging in effecten, maar wel daarmee vergelijkbaar. de stichting voldoet aan de essentiële criteria voor een gemeenschappelijk beleggingsfonds.