werkelijk gebruik grond in jaar van ingebruikname bepaalt btw-aftrekrecht
Gepubliceerd op: 25 februari 2019
een ondernemer koopt in 2006 tien percelen grond met btw van een bv, die een bungalowpark exploiteert. zij spreken af dat de ondernemer stacaravans gaat bouwen, die vervolgens worden verkocht. de nettowinst zal tussen hen worden verdeeld. door economische omstandigheden worden de stacaravans echter niet gebouwd. in 2013 levert de ondernemer twee percelen grond terug aan de bv, waarbij hij btw in rekening brengt. de ondernemer heeft recht op aftrek van herzienings-btw, oordeelt hof arnhem-leeuwarden. het daadwerkelijk gebruik in het jaar van eerste ingebruikname (2013) is daarvoor doorslaggevend.
de in 2006 niet afgetrokken btw bij aanschaf van de percelen grond mag de ondernemer in 2013 alsnog in aftrek brengen. in dit jaar neemt hij twee percelen grond voor het eerst in gebruik voor belaste prestaties, namelijk verkoop met btw aan de bv. het werkelijk gebruik is volgens het hof op grond van de btw-richtlijn steeds leidend bij de beoordeling of er recht bestaat op aftrek van btw. volgens het hof geldt dit nog sterker voor investeringsgoederen waarvoor een herzieningstermijn geldt.