Rechtbank Den Haag stelt vast dat de overdrachtsbelasting een tijdstipbelasting is. Op het moment van de verkrijging van de economische eigendom van de woning (14 december 2021) gold het algemene tarief van 8%. Het op dat moment geldende artikel 14, lid 4 WBR sloot het 2%-OVB-tarief expliciet uit voor de verkrijging van de economische eigendom van een woning. De wetswijzing per 1 januari 2025 die dit wel mogelijk maakte, kent geen terugwerkende kracht. De wetgever heeft dit namelijk niet uitdrukkelijk geregeld. De naheffingsaanslag OVB blijft dus in stand.
Geen 2% OVB voor overdracht economische eigendom woning in 2021
Gepubliceerd op: 5 november 2026
Een zoon huurt van zijn ouders een woning. Op 14 december 2021 dragen de ouders de economische eigendom van de woning aan hem over. Hij voldoet hierbij 2% overdrachtsbelasting (OVB). Op 6 oktober 2025 legt de inspecteur aan hem een naheffingsaanslag OVB op van € 30.180, verhoogd met 6.559 belastingrente. Hij stelt dat het 8%-OVB-tarief van toepassing is op de verkrijging van de economische eigendom van de woning. De zoon meent dat hij gelet op het doel en de strekking van de wettelijke bepalingen die gelden per 1 januari 2025 met terugwerkende kracht aanspraak kan maken op toepassing van het 2%-OVB-tarief. Wie krijgt gelijk?
Fiscount Kennismarathon
9 - 12 november
Online of op locatie jij kiest hoe je leert