Rechtbank Den Haag stelt vast dat de overdrachtsbelasting een tijdstipbelasting is. Op het moment van de verkrijging van de economische eigendom van de woning (14 december 2021) gold het algemene tarief van 8%. Het op dat moment geldende artikel 14, lid 4 WBR sloot het 2%-OVB-tarief expliciet uit voor de verkrijging van de economische eigendom van een woning. De wetswijzing per 1 januari 2025 die dit wel mogelijk maakte, kent geen terugwerkende kracht. De wetgever heeft dit namelijk niet uitdrukkelijk geregeld. De naheffingsaanslag OVB blijft dus in stand.