Uitdelingen deels niet aannemelijk gemaakt – correctie navorderingsaanslagen
Gepubliceerd op: 5 november 2026
Een dga houdt via zijn holding-bv 50% van de aandelen in een werk-bv. De andere 50% van de aandelen in de werk-bv wordt gehouden door zijn broer. De activiteiten van de werk-bv bestaan uit het houden van en de handel in paarden. Daarnaast houdt de werk-bv zich bezig met agrarische activiteiten en transportactiviteiten. De dga heeft naast zijn aandeelhouderschap een eenmanszaak. De inspecteur heeft hem naar aanleiding van een boekenonderzoek bij de bv’s navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 2018, 2019 en 2020. Hij stelt dat de dga uitdelingen uit de bv niet heeft aangegeven in zijn IB-aangiften. Hoe loopt dit af?
Hof Den Bosch oordeelt dat de inspecteur de uitdelingen onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Dit heeft hij alleen gedaan met betrekking tot de verkoop van een paard in 2020. De navorderingsaanslagen moeten worden verminderd.
Het hof verwerpt het beroep van de dga op het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Dat de ingediende Vpb-aangiften zijn gevolgd bij het opleggen van de Vpb-aanslagen, houdt niet tevens in dat er ook een oordeel wordt gegeven over de IB-positie van de dga. Het zorgvuldigheidsbeginsel is niet geschonden, omdat het gebruikelijk is dat tijdens controles correcties worden bijgesteld.