Rechtbank Gelderland oordeelt dat de man aannemelijk maakt dat de tot de dochter-bv behorende hangar in gemengd gebruik is, en dat – als er sprake zou zijn van een IB-onderneming – deze als keuzevermogen zou kwalificeren. Hij en zijn dochter verrichten hun werkzaamheden vanuit het kantoor in de hangar. De dochter-bv gebruikt een deel van de hangar voor de verhuur en stalt er vliegtuigen. Verder worden met de verhuur van het vliegtuig substantiële opbrengsten behaald, die tot de ondernemingsactiviteiten moeten worden gerekend. In dat geval mag de hangar tot het ondernemingsvermogen worden gerekend voor de toepassing van de doorschuifregeling ab in de inkomstenbelasting. Volgens de rechtbank blijkt dit uit de parlementaire geschiedenis bij de bedrijfsopvolgingsregeling voor de Successiewet en het standpunt van de kennisgroepen aanmerkelijk belang en Successiewet.
Hangar door gemengd gebruik keuzevermogen – toepassing doorschuifregeling ab
Gepubliceerd op: 22 oktober 2026
Een man is tot het overlijden van zijn vrouw (6 november 2020) in gemeenschap van goederen gehuwd. Tot de huwelijksgemeenschap behoort een aandelenbelang van 88,8% in een holding-bv, die alle aandelen houdt in een dochter-bv. Laatstgenoemde bv bezit een hangar en een vliegtuig. De man geeft in de IB-aangifte 2020 – in verband met het overlijden van zijn vrouw – een gemeenschappelijk vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang (ab) aan na toepassing van de doorschuiffaciliteit ab. Daarbij heeft hij de hangar tot het ondernemingsvermogen gerekend. De inspecteur merkt de hangar echter aan als beleggingsvermogen, omdat deze vrijwel geheel wordt verhuurd. Wie krijgt gelijk?
Fiscount Kennismarathon
9 - 12 november
Online of op locatie jij kiest hoe je leert