Voorstellen

Het kabinet stelt voor om de pseudo-eindheffing op een aantal punten aan te passen:

  1. Vervangend vervoer bij onderhoud en reparatie. De pseudo-eindheffing is niet van toepassing als in een kalendermaand aan een werknemer een vervangende auto ter beschikking wordt gesteld voor privédoeleinden vanwege onderhoud of reparatie van een auto die ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld. De uitzondering geldt maximaal voor 14 dagen per onderhoudsbeurt of reparatie. Ook een bandenwissel of schadeherstel valt hieronder.
  2. Uitzondering voor lesauto’s. Fossiele auto’s met handgeschakelde transmissie worden uitgezonderd van de pseudo-eindheffing als de auto wordt gebruikt om rijles te geven.
  3. Verlenging van het overgangsrecht tot en met 31 december 2030. De pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s is dan tot 1 januari 2031 niet van toepassing op fossiele personenauto’s die vóór 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking zijn gesteld. Het maakt daarbij niet uit dat de auto aan een andere werknemer ter beschikking wordt gesteld. Als de auto ter beschikking wordt gesteld door een andere werkgever (loonheffingennummer), dan vervalt het overgangsrecht.
  4. Niet meer dan 7 aaneengesloten dagen. Gedurende de periode van het overgangsrecht geldt een uitzondering voor tijdelijke terbeschikkingstelling. Een werkgever kan dan per kalenderjaar voor één periode – die niet langer mag duren dan 7 aaneengesloten dagen – een fossiele personenauto ter beschikking stellen aan zijn werknemer(s), zonder dat de pseudo-eindheffing is verschuldigd voor deze auto. Stelt de werkgever dezelfde auto binnen het kalenderjaar ook in andere periodes aan een of meer werknemers ter beschikking? Dan is het overgangsrecht niet meer van toepassing. Binnen de periode van 7 aaneengesloten dagen kan de auto ook aan meerdere werknemers ter beschikking worden gesteld voor privédoeleinden.

Onopgelost knelpunt

Een ander knelpunt in de regeling wordt niet weggenomen. De pseudo-eindheffing is van toepassing als een fossiele auto voor privégebruik ter beschikking wordt gesteld. Daarbij wordt woon-werkverkeer als privé aangemerkt. Het gaat er hierbij om dat de werknemer de auto privé zou kunnen gebruiken, niet om of hij de auto daadwerkelijk privé gebruikt. Een verklaring geen privégebruik voorkomt de eindheffing dan ook niet. Slechts met een gecontroleerd en gehandhaafd verbod op privégebruik in combinatie met een sluitende rittenregistratie kan worden aangetoond dat de auto niet voor privégebruik ter beschikking is gesteld.

Heb je vragen over de pseudo-eindheffing? Neem dan contact op met Hans Tabak, adviseur loonheffingen bij Fiscount (h.tabak@fiscount.nl of 0575-433 555).