Het feit dat er geen 100% maar 90% beschikbaar komt als lijfrentevoorziening, ligt aan het 10%-bonusvereiste dat kenmerkend is voor de levensverzekering. Vervolgens moet je kijken wie in de overeenkomst als begunstigde is aangewezen na de gerechtigde zelf, die verplicht eerste begunstigde was. Vaak is dat de partner, maar dat hoeft niet zo te zijn.
Stel nu dat het overlijden plaatsvindt in oktober 2026. In dat geval heb je nog tot 31 december 2028 de tijd om een direct ingaande nabestaandenlijfrente te bedingen. Uitstel is daarna niet meer mogelijk. Net als bij een professionele verzekeraar komt er in beginsel geen oprenting meer bij tijdens de wettelijke beslistermijn, dus blijft de lijfrentevoorziening € 90.000 totdat de nabestaandenlijfrente is ingegaan.
Tip
Fiscount merkt dat veel fiscalisten bij de Belastingdienst, als zij een lijfrenteovereenkomst moeten beoordelen, het 10%-bonuscriterium niet kennen omdat zij verzekeringstechnische kennis missen. Zij weten vaak ook niet dat je in eigen beheer geen bancair lijfrentecontract mag afsluiten, waarbij het voor de lijfrenteprestatie niet zou uitmaken of de gerechtigde leeft of niet. Ook snappen ze niet dat er eigenlijk een contraprestatie van extra rendement moet zijn bij wél in leven blijven op de lijfrente-ingangsdatum, bij 90% dekking of minder.
Let op: leg je dus niet zomaar neer bij een opmerking dat het gebruikte model van de gerichte lijfrenteovereenkomst van de FMB mogelijk niet zou kloppen. In het artikel ‘Praktische wenken voor lijfrenten in eigen beheer’ op accountancyvanmorgen.nl heeft onze pensioenfiscalist Drs. Theo H.M. Willemssen in april 2026 hierover nog uitgelegd hoe dat werkt.