Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de inspecteur de woning in 2022 terecht niet heeft aangemerkt als eigen woning in de zin van de uitzendregeling. De woning is met ingang van 14 september 2020 verhuurd geweest. Deze omstandigheid brengt mee dat vanaf die datum niet langer wordt voldaan aan de in de uitzendregeling opgenomen voorwaarde dat de woning gedurende de uitzendperiode niet aan derden ter beschikking mag worden gesteld. Verder zorgt de toevoeging van het woord ‘sindsdien’ aan deze bepaling ervoor, dat de uitzendregeling niet ‘herleeft’ op het ogenblik dat de verhuur eindigt. Voorwaarde voor de uitzendregeling is immers dat de woning ‘sindsdien’ niet aan derden ter beschikking mag worden gesteld. Deze uitleg van artikel 3.111, zesde lid van de Wet IB 2001 heeft de Hoge Raad bevestigd in zijn arrest van 20 februari 2015.