Wat was er aan de hand?
Een werknemer meldt zich op 18 mei ziek wegens burn-outklachten. De werkgever weigert dit te accepteren en geeft hem na circa 6 weken (!) ontslag op staande voet. De werknemer eist bij de rechter zijn baan terug. Omdat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven, houdt dit geen stand. De kantonrechter laat wel doorschemeren dat de werknemer ernstig verwijtbaar is. Hierdoor claimt de werknemer alleen nog een billijke vergoeding, een transitievergoeding en een schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging. Alleen dat laatste krijgt hij mee. Het UWV kent de Ziektewetuitkering toe. De werkgever, die deze uitkering krijgt toegerekend, gaat in bezwaar. Het UWV wijst die af, omdat er geen sprake was van een ontslag op staande voet maar van een onregelmatige opzegging. De medewerker had geen loonaanspraken prijsgegeven tijdens ziekte.

Beroep
De werkgever gaat met succes in beroep. De werknemer wijzigde bij de civiele rechter zijn eis van herstel dienstverband in een eis tot alleen geldelijke vergoedingen. Daarmee gaf hij zijn verweer tegen het ontslag op. De wet eist dat een zieke medewerker verweer voert tegen zijn ontslag. De rechtbank concludeert daarom een benadelingshandeling. Er moet een maatregel worden opgelegd.

Hoger beroep

Bij de CRvB keert alles weer. De ziekmelding van 18 mei accepteerde de werkgever eerder niet. De medewerker wordt op 2 juli ontslagen, waarna deze op 4 juli de Ziektewetuitkering aanvraagt. Dat is dus ná het ontslag op 2 juli. De verzekeringsarts heeft de datum van 2 juli bevestigd. Conclusie? Deze medewerker heeft zijn loonaanspraken niet prijsgegeven. Een grondslag voor een maatregel ontbreekt.

Heb je vragen over werknemersverzekeringen, ziekte of arbeidsongeschiktheid? Neem dan contact op met mr. Joyce B.E. Paashuis via j.paashuis@fiscount.nl.