Buitenlandse erfgenaam loopt tegen BSN-probleem aan
De erflater overleed op 27 december 2022, met achterlating van 30 erfgenamen, onder wie de erfgenaam in Nieuw-Zeeland zonder BSN. De executeur neemt al in april 2023 contact op met de Belastingdienst om te vragen hoe zij aangifte kan doen. Het verkrijgen van een BSN blijkt echter tijd te kosten. Uiteindelijk krijgt de erfgenaam het BSN pas eind augustus 2023. De aangifte is dan al voorbereid, maar wordt pas op 10 oktober 2023 ingediend. De Belastingdienst brengt vervolgens € 7.089 belastingrente in rekening. Op zichzelf lijkt dat volgens de wettelijke regeling verdedigbaar; de aangifte is meer dan acht maanden na het overlijden ontvangen. Het aangevraagde uitstel is hiervoor niet relevant. De erfgenaam maakt bezwaar en voert aan dat zij juist heeft gedaan wat de Belastingdienst haar had verteld. De Belastingdienst had haar immers verwezen naar informatie waaruit zij mocht begrijpen dat eerst een BSN moest worden aangevraagd.

 Rechtbank vindt dat Belastingdienst te ver is gegaan
De rechtbank stelt vervolgens vast dat een BSN geen wettelijke voorwaarde is om aangifte erfbelasting te kunnen doen. Een papieren aangifte zonder BSN was mogelijk. Ook had een voorlopige aanslag kunnen worden aangevraagd om belastingrente te voorkomen. De Belastingdienst had deze mogelijkheden echter niet (tijdig) aan de erfgenaam of de executeur kenbaar gemaakt. Daar kwam bij dat de erfgenaam voortvarend had gehandeld. De rechtbank vindt daarom dat het zorgvuldigheidsbeginsel zich verzet tegen het in rekening brengen van belastingrente. De belastingrentebeschikking wordt vernietigd.

 Tip
Belastingrente bij erfbelasting kun je zoveel mogelijk voorkomen door binnen de oorspronkelijke aangiftetermijn aangifte te doen, gecombineerd met het aanvragen van een voorlopige aanslag.