Hof Amsterdam volgt ten eerste het oordeel van de rechtbank dat de bijkeuken en de aangebouwde slaagkamer kunnen worden geëtiketteerd als ondernemingsvermogen. Vervolgens is de vraag of de psychiater terecht investeringsaftrek heeft geclaimd. In beginsel komt een bedrijfsmiddel hiervoor in aanmerking, tenzij de uitsluitingsbepaling van artikel 3.45, lid 1, letter c Wet IB 2001 (woonhuizen) van toepassing is. Hiervoor zijn de volgende feiten en omstandigheden volgens het hof van belang:

  • de werkruimte is in 2018 naar aard en inrichting nog onderdeel van de woning en niet uitsluitend voor de praktijkuitoefening bestemd;
  • de plannen voor de werkruimte zijn in 2018 nog niet concreet en de financiering is dan nog onzeker;
  • de offerte voor de verbouwing dateert uit 2023.

Op grond van het bovenstaande oordeelt het hof dat de uitsluitingsbepaling van artikel 3.45, lid 1, letter c Wet IB 2001 van toepassing is. Daarom kan het als ondernemingsvermogen gekwalificeerde gedeelte van de woning voor de toepassing van de investeringsaftrek en de vervroegde afschrijving niet als bedrijfsmiddel worden aangemerkt.