De beperking is opgeheven door twee wijzigingen door te voeren in de onderdelen 3.9 en 4.1 van het besluit:

  1. De voortzettingseis is zodanig verruimd dat de onderneming gedurende de resterende voortzettingsperiode niet alleen mag worden voortgezet door de verkrijgende vennootschap, maar ook door een andere vennootschap die gedurende die periode tot hetzelfde concern behoort als de verkrijgende vennootschap.
  2. De goedkeuringstekst is aangepast ten aanzien van het vereiste dat ten minste de onroerende zaken achterblijven bij de vennootschap die de onderneming bij de inbreng of fusie heeft verkregen. Daartoe is de formulering ‘onroerende zaken of andere vermogensbestanddelen’ vervangen door ‘vermogensbestanddelen, waaronder ten minste de onroerende zaken’.