De Kennisgroep neemt ook een standpunt in over de waardering van een niet direct opeisbare vordering in box 3 wanneer de contractrente afwijkt van de marktrente. Vorderingen en schulden moeten volgens de Kennisgroep in beginsel worden gewaardeerd tegen de waarde in het economisch verkeer. Wordt een lening onder zakelijke condities gesloten, dan is die waarde in het economisch verkeer op dat moment de nominale waarde.

Daarnaast geeft de Kennisgroep aan dat de niet-verhandelbaarheid van een vordering of schuld geen invloed heeft op de waarde in het economisch verkeer.

Waarde economisch verkeer versus contante waarde

Wijkt de contractrente gedurende de looptijd af van de marktrente? Dan zal de vordering/schuld op de contante waarde moeten worden gewaardeerd. De Kennisgroep beseft echter dat het berekenen van de contante waarde van vorderingen en schulden ‘een groot beroep doet op het doenvermogen van de belastingplichtigen’. Daarom mogen belastingplichtigen uit praktische overwegingen uitgaan van de nominale waarde van de vordering of schuld, mits ze dit consistent toepassen. Dit betekent dat de nominale waarde zowel wordt gebruikt bij het berekenen van het forfaitaire rendement als bij het werkelijke rendement in de tegenbewijsregeling box 3. Deze praktische benadering geldt totdat de Wet werkelijk rendement box 3 in werking treedt.