Om de expatregeling te kunnen toepassen moet eerst worden vastgesteld of sprake is van een ingekomen werknemer. Daarvoor moet de werknemer bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst nog niet in Nederland wonen en hier niet werkzaam zijn, tenzij die werkzaamheden plaatsvinden in het kader van een opleiding of stage. Uit recente rechtspraak (ECLI:NL:RBZWB:2026:4381, ECLI:NL:RBZWB:2026:4933) van Rechtbank Zeeland-West-Brabant blijkt dat het begrip stage ruim wordt uitgelegd. Ook werkzaamheden na afronding van een opleiding kunnen hieronder vallen, mits het leerkarakter en de ontwikkeling van kennis en vaardigheden centraal staan.

Vervolgens moet worden beoordeeld of de werknemer feitelijk buiten Nederland woonde op het moment van aanwerving. De woonplaats wordt bepaald op basis van alle omstandigheden, zoals feitelijk verblijf, werkzaamheden en inschrijving in de BRP.

Let op: de combinatie van deze twee toetsen maakt duidelijk dat een geslaagde stagekwalificatie op zichzelf onvoldoende is. Pas wanneer zowel de stage-uitzondering als het woonplaatsvereiste worden doorstaan, kan de werknemer kwalificeren als ingekomen werknemer en komt de toepassing van de 30%-regeling in beeld. Werkgevers doen er verstandig aan om beide elementen gelijktijdig en zorgvuldig te onderbouwen.

Tip
Stel bij eerdere werkzaamheden in Nederland vast of aan de stage-uitzondering wordt voldaan. Leg bovendien vast waar de werknemer fiscaal gezien woonde voorafgaand aan het aangaan van de dienstbetrekking en onderbouw dit met objectieve stukken.

Twijfel je of jouw werknemer kwalificeert als ingekomen werknemer voor de expatregeling? Audrey Brunings is als zelfstandig adviseur loonheffingen verbonden aan Fiscount en kan je hierover adviseren (a.brunings@fiscount.nl of (038) 303 4153).