Allereerst moet het eigen vermogen na de uitkering groter blijven dan de wettelijke en statutaire reserves (balanstest). Daarnaast moet het bestuur beoordelen of de vennootschap na de uitkering haar opeisbare schulden kan blijven betalen (uitkeringstoets).

Dividend kan worden uitgekeerd in geld, maar ook worden verrekend met een rekening-courantschuld van de dga. In dat laatste geval wordt de vordering van de vennootschap op de dga lager, terwijl de liquide middelen van de vennootschap gelijk blijven. Daardoor lijkt de financiële positie op korte termijn misschien voldoende, maar verdwijnt wel een verhaalsmogelijkheid voor de vennootschap.

Financieel risico
Ontstaan kort na de dividenduitkering betalingsproblemen? Dan kunnen schuldeisers stellen dat de vennootschap zichzelf heeft benadeeld door dividend uit te keren zonder dat daar liquiditeiten tegenover stonden. In dat geval loopt de dga het risico om het ontvangen dividend geheel of gedeeltelijk te moeten terugbetalen. Juist bij dividenduitkeringen via de rekening-courant is een goede onderbouwing van de uitkeringstoets om die reden essentieel.

Tip
Leg bij dividenduitkeringen via de rekening-courant altijd vast waarom de vennootschap ook zonder aflossing van de vordering aan haar betalingsverplichtingen kan blijven voldoen.