Hof Den Bosch oordeelt dat de economische eigendom van het hotel is overgedragen aan de bv. De volgende feiten en omstandigheden liggen hieraan ten grondslag:

  • de boekhoudkundige verwerking in de jaarstukken 2015, waarin de onroerende zaak op de balans is geactiveerd voor een bedrag van € 7.000.000 met als tegenboeking een verhoging van de rekening-courantschuld van de aandeelhouders;
  • vanaf november 2015 zijn er geen huurbetalingen meer gedaan;
  • de taxatiekosten in 2017 zijn ten laste van de bv gekomen.

Het hof acht het niet van belang dat de overdracht van de economische eigendom van het hotel niet is vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. Voor een dergelijke transactie is het namelijk niet nodig dat deze bij een notaris wordt vastgelegd in een notariële akte. Dat de overdracht van de economische eigendom heeft plaatsgevonden in 2015 wordt bevestigd door het feit dat de huurbetalingen na november 2015 zijn gestopt.

Heffingsgrondslag
De inspecteur heeft ook de juiste heffingsgrondslag voor de OVB berekend. De waarde is ten minste gelijk aan die van de tegenprestatie. In de jaarstukken over het jaar 2015 is de rekening-courantschuld verhoogd met € 7.000.000. De tegenprestatie bedroeg daarom € 7.000.000. Dat op een later moment de bv, de dga’s en de inspecteurs voor de IB en Vpb tot een akkoord komen om de waarde en de tegenprestatie op € 2.000.000 te zetten, doet daar niet aan af.