Volgens de man behoort de management fee niet tot zijn inkomen, omdat de fee niet is betaald en dus niet door hem is genoten. Volgens hem is het kasstelsel van toepassing. Hij stelt verder dat hij voor € 783.000 betalingen heeft verricht aan een aan de AG gelieerd bedrijf en dus een vordering heeft op dat bedrijf. De betalingen moeten worden opgevat als aflossingen van deze vordering.
Rechtbank Gelderland oordeelt op grond van de beschikbare stukken dat de man over de management fee heeft kunnen beschikken. Ook voor zover de fee niet is uitbetaald, had hij een vorderingsrecht die als fiscale bate moet worden aangemerkt. Niet in geschil is dat de management fee onder het row-regime valt, waarop het goed koopmansgebruik van toepassing is. Volgens goed koopmansgebruik worden baten en lasten toegerekend aan het tijdvak waarop zij betrekking hebben. Het kasstelsel is dus niet van toepassing, in tegenstelling tot wat de man stelt. De inspecteur is dan ook terecht uitgegaan van een row van € 96.000.
Omkering en verzwaring bewijslast
De rechtbank stelt vast dat de volgens de ingediende IB-aangiften over 2014, 2015 en 2016 verschuldigde belasting zowel absoluut als relatief aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting. De rechtbank acht aannemelijk dat de man wist dat hij de management fee van € 96.000 jaarlijks had moeten aangeven en dat – door een veel lager bedrag aan inkomen aan te geven – een aanzienlijk bedrag aan verschuldigde belasting niet zou worden geheven. Daarom moet de bewijslast worden omgekeerd en verzwaard. Nu de man niet aantoont dat de correcties van de inspecteur willekeurig zijn vastgesteld, blijven de navorderingsaanslagen in stand.