Rechtbank Den Haag stelt vast dat op grond van artikel 4 Uitvoeringsbeschikking OB als kunstvoorwerpen foto’s worden aangewezen die:
- zijn genomen door een kunstenaar;
- door hem/haar of onder zijn/haar toezicht zijn afgedrukt;
- door hem/haar zijn gesigneerd en genummerd;
- verschijnen in een oplage van maximaal 30 exemplaren voor alle formaten en dragers samen.
Volgens de inspecteur voldoen de dochter-bv’s niet aan alle voorwaarden om de fotoproducten aan te merken als kunstvoorwerpen. De rechtbank is het daarmee eens. Het los afgegeven ‘certificate of authenticity’ voldoet niet aan de voorwaarde van signering en nummering (3). Ook wordt niet voldaan aan voorwaarde 2, omdat de medewerker die de foto heeft gemaakt geen toezicht heeft op het afdrukken op speciaal materiaal. Dat gebeurt namelijk in een fotolaboratorium in een ander land. De FE heeft terecht btw afgedragen naar het algemeen btw-tarief.