een holding-bv vormt een fiscale eenheid (fe) met haar dochter-bv. de dochter-bv gaat op 4 juni 2018 voor ruim € 17 miljoen een investeringsverplichting aan voor de bouw van een bedrijfshal. daarvan heeft bijna € 2 miljoen betrekking op een kantoorpand en € 15 miljoen op investeringen in de bedrijfshal (industriefunctie). de fe vraagt hiervoor op 29 augustus 2018 milieu-investeringsaftrek (mia) aan bij de rvo onder code d 6115 van de milieulijst 2018. op 4 juli 2018 is de omschrijving van deze code met terugwerkende kracht gewijzigd. volgens de inspecteur kwalificeert daarom alleen het kantoorpand voor deze code. hij kent de mia slechts gedeeltelijk toe. maar is dat terecht?
rechtbank gelderland oordeelt dat het moment van het aangaan van de investeringsverplichting doorslaggevend is voor het recht op mia. er hoeft geen rekening gehouden te worden met de wijziging met terugwerkende kracht. op 4 juni 2018 gold de milieulijst van 28 december 2017, die verwijst naar het bouwbesluit van 2012. dit betekent niet alleen een verwijzing naar artikel 5.3 van het bouwbesluit 2012, maar ook naar de in artikel 1.3 opgenomen gelijkwaardigheidsbepaling. de fiscale eenheid maakt aannemelijk dat de bedrijfshal hieraan voldoet. de gehele investering voldoet daarmee aan de code d 6115, waardoor deze ook geheel in aanmerking komt voor mia.