benedenetage herenhuis geen aanhorigheid bovenhuis – box-3-heffing terecht
Gepubliceerd op: 30 januari 2025
een man en een vrouw zijn eigenaar van een herenhuis met drie verdiepingen. alle verdiepingen hebben een afzonderlijke adresaanduiding, een eigen woz-identificatienummer en woz-waarde. de man en de vrouw wonen in het bovenhuis. de eerste verdieping (bel-etage) verhuren zij aan hun dochter en haar partner. het benedenhuis is tot 2012 verhuurd geweest, daarna volledig gerenoveerd en bij de man en zijn familie in gebruik. de man beschouwt deze verdieping in zijn aangifte ib 2018 als een onderdeel of aanhorigheid van het bovenhuis. de inspecteur rekent het benedenhuis als afzonderlijke wooneenheid tot de box-3-grondslag. wat oordeelt de rechter?
rechtbank noord-holland oordeelt dat de verdiepingen kwalificeren als afzonderlijke appartementen met een zelfstandige woonfunctie. het benedenhuis kan daarom geen onderdeel of aanhorigheid zijn van het bovenhuis. het maakt voor dit oordeel niet uit dat de man en zijn familieleden het benedenhuis sinds 2012 in gebruik hebben en als onderdeel van hun hoofdverblijf beschouwen. de inspecteur heeft het benedenhuis terecht tot de box-3-grondslag gerekend. de navorderingsaanslag blijft in stand.