een man koopt in 2005 een bouwkavel van prorail voor de bouw van een eigen woning. de grond wordt gekocht op basis van een terugkooprecht, dat zijn moeder heeft verkregen bij de verkoop van een ander perceel grond aan prorail. de man heeft een vergunning voor de bouw van de woning op de aangekochte grond. vanwege een langdurige civielrechtelijke procedure tegen de gemeente en prorail over het terugkooprecht is in 2014 en 2015 nog niet gestart met de bouw van de woning. desondanks geeft de man de grond aan als eigen woning in zijn ib-aangiften. ten onrechte, oordeelt hof den bosch. er is geen sprake van een woning in aanbouw.
het hof oordeelt dat de bouwkavel geen woning in aanbouw is, omdat er onvoldoende concrete stappen zijn gezet op grond waarvan redelijkerwijze valt te verwachten dat de bouwkundige werkzaamheden snel zullen beginnen. de bouwkavel vormt een box-3-bezitting, waarvoor de inspecteur terecht navorderingsaanslagen heeft opgelegd voor 2014 en 2015, verhoogd met belastingrente.