een adviseur en zijn vrouw exploiteren een administratiekantoor. zij hebben een eigen woning en daarnaast een andere woning waar de vrouw is gaan wonen vanwege persoonlijke omstandigheden. deze woning kwalificeert volgens hen ook als eigen woning. de inspecteur wijst deze stelling af. hof amsterdam oordeelt dat fiscale partners maar één hoofdverblijf kunnen hebben. daarop kent de wet ib 2001 maar een beperkt aantal uitzonderingen. maar die doen zich hier niet voor. het feit dat de vrouw elders is gaan wonen, maakt die andere woning nog geen tweede eigen woning. zij en haar echtgenoot waren toen bovendien nog fiscale partners van elkaar.
ook speelt in deze zaak de vraag of een bedrag van € 115.550 aan contanten terecht tot het box-3-vermogen van het echtpaar was gerekend. de fiod had de € 115.550 aan contanten gevonden tijdens een huiszoeking in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. volgens het echtpaar behoort het bedrag tot het ondernemingsvermogen of tot het vermogen van een stichting. maar het hof oordeelt dat het echtpaar dit onvoldoende onderbouwt. daarom concludeert het hof dat de € 115.550 terecht tot het box-3-vermogen van het echtpaar is gerekend.