de regeling die het gebruik van e-herkenning in feite verplicht is een op artikel 3a, lid 2 awr gebaseerde regeling. dit artikel bepaalt op welke wijze het elektronisch berichtenverkeer met de belastingdienst plaatsvindt. de regeling kent dus - in tegenstelling tot het oordeel van rechtbank gelderland - wel een wettelijke grondslag. ook de kosten (€ 20 tot € 25 per jaar) die verbonden zijn aan het gebruik van e-herkenning, zijn niet onevenredig hoog. deze kosten wegen op tegen het grote belang van een goede bescherming van persoonsgegevens (avg-proof). dit oordeelt de
hoge raad in het beroep in cassatie in het belang van de wet tegen de uitspraak van rechtbank gelderland.