een man heeft een zoon uit een eerdere relatie, die ingeschreven staat op zijn ex-partners woonadres, maar ook geregeld bij hem verblijft. de man claimt dan ook de inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack). de inspecteur weigert deze korting toe te passen, omdat de zoon niet doorgaans in een repeterend ritme minstens drie dagen in de week bij zijn vader verbleef. de
rechtbank oordeelde dat de inspecteur het doorgaans-criterium te streng uitlegt. het criterium ‘doorgaans drie gehele dagen’ duidt op een versoepeling van het impliciete criterium ‘(steeds) drie gehele dagen’. ook uit het ouderschapsplan blijkt dat de zoon gedurende 26 weken tot beide huishoudens behoorde.