een adviseur houdt zich bezig met belastingadvisering en het voeren van administraties. in 2014 wordt tijdens een boekenonderzoek vastgesteld dat de adviseur geen administratie voert en ook bij een tweede boekenonderzoek in 2018 blijkt dat er geen administratie is. de inspecteur legt btw-naheffingsaanslagen op over de periode 2015 – 2018. volgens de adviseur zijn die te hoog, omdat geen rekening is gehouden twee creditnota’s.
hof arnhem-leeuwarden oordeelt dat die nota’s geen recht op btw-teruggaaf geven. de adviseur kan namelijk niet aannemelijk maken op welke dienstverlening de nota’s betrekking hebben en of de btw destijds is voldaan.