een dga heeft een pensioen-bv, waarvan hij enig bestuurder en werknemer is. de bv heeft op 1 januari 2016 bijna € 667.000 verrekenbare verliezen staan uit 2007, die uiterlijk tot 1 januari 2017 kunnen worden verrekend. de bv besluit om vanaf 1 januari 2016 over te gaan naar het ‘omslagstelsel’. zij laat vervolgens de tot dan toe opgebouwde fiscale pensioenvoorziening van ruim € 369.000 vrijvallen. volgens de inspecteur is deze wijziging van het pensioenstelsel niet mogelijk. hof arnhem-leeuwarden oordeelt echter dat het per 1 januari 2016 ingevoerde omslagstelsel niet in strijd is met goedkoopmansgebruik.
bij deze zaak is van belang dat niet in geschil was dat met de stelselwijziging een incidenteel fiscaal voordeel werd beoogd. vervolgens is de stelselwijziging volgens het hof niet in strijd met het goedkoopmansgebruik, omdat er bij het omslagstelsel geen sprake is van een te passiveren pensioenverplichting. het waarderingsvoorschrift van artikel 3.29 wet ib 2001 is daarom hierop niet van toepassing. bij het omslagstelsel worden de betaalde pensioenpremies of pensioenuitkeringen ten laste van de winst gebracht van het jaar waarin de betaling of de uitkering plaatsvindt. de bv heeft daarom terecht de opgebouwde fiscale pensioenvoorziening in 2016 laten vrijvallen.