een vrouw remigreert met haar dochter van frankrijk naar nederland na een relatiebreuk. hier trokken zij tussen november 2017 tot en met 16 juli 2018 in bij een echtpaar. zij schrijven zich op dit adres in de basisregistratie personen (bpr) in. op verzoek van het echtpaar geven zij dit adres echter op als briefadres en niet als woonadres. in juli 2018 verhuizen zij naar een eigen woonadres. de vrouw claimt in 2018 de inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack). rechtbank zeeland west-brabant oordeelt dat een briefadres niet voldoet aan de inschrijvingseis van de iack, maar de inspecteur moet wel rekening houden met de bijzondere omstandigheden.
de rechtbank stelt vast dat de vrouw en haar dochter niet voldoen aan alle voorwaarden voor toepassing van de iack. toch moet de inspecteur in dit bijzondere geval ook het doel van de inschrijvingseis meewegen in zijn oordeel. de vrouw en de dochter stonden op hetzelfde briefadres ingeschreven in de bpr, waardoor het gezamenlijke adres eenvoudig toetsbaar was. ook had de vrouw bij terugkeer in nederland geen reëel alternatief voor het inwonen. voor het overige is haar situatie gelijk aan de situatie waarvoor de iack is bedoeld. daarom heeft zij voor de periode op het briefadres toch recht op de iack.