in 2016 stort een belastingplichtige een bedrag op zijn beleggingsrekening bij de bank, waar hij ook een lijfrenterekening heeft lopen. in 2016 claimt hij in zijn aangifte ib een aftrek voor betaalde lijfrentepremies ter grootte van het bedrag dat op de beleggingsrekening is gestort. de inspecteur weigert de aftrek op grond van het feit dat de betaling niet op de juiste rekening heeft plaatsgevonden. ondanks het feit dat de belastingplichtige de bank in 2017 heeft verzocht om het blijkbaar ‘foutief’ gestorte bedrag door te storten naar de lijfrenterekening, is de
rechter van oordeel dat het gelijk in deze zaak aan de inspecteur is.