een theaterexploitant neemt in zijn entreeprijzen ook € 3,75 op voor het gebruik van de garderobe, een pauzedrankje en administratiekosten. de bezoekers kunnen in de pauze kiezen uit alcoholische of niet-alcoholisch drankjes. volgens de theaterexploitant geldt het verlaagde btw-tarief ook voor de alcoholische pauzedrankjes, omdat die opgaan in de hoofdprestatie van het theaterbezoek.
rechtbank zeeland-west-brabant oordeelt echter dat het verkrijgen van een drankje (vanuit het perspectief van een gemiddelde bezoeker) een afzonderlijk belang is ten opzichte van de toegang tot de theatervoorstelling. het verlaagde tarief geldt daarom niet voor de alcoholische drankjes.