tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (tonk)
Gepubliceerd op: 26 januari 2021
de tonk is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen. zij kunnen daardoor de noodzakelijke kosten van levensonderhoud niet meer voldoen. hiervoor bieden andere regelingen niet of onvoldoende soelaas.
dit geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen, maar geen aanspraak op de tozo kunnen maken. maar ook burgers die al in 2020 ingestroomd zijn in een uitkering (ww, bijstand of tozo) vanwege de coronacrisis, maar waarvoor de hoogte van de uitkering onvoldoende is om de vaste lasten te betalen, komen in aanmerking voor de tonk. de tonk kan dan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten.
de tonk wordt uitgevoerd binnen het juridisch kader van de bijzondere bijstand. dit betekent dat gemeenten ook eigen keuzes kunnen maken. op dit moment wordt, onder andere in afstemming met sociale partners, gewerkt aan een handreiking voor gemeenten ter ondersteuning van lokale implementatie. deze handreiking is volgens het kabinet op 1 februari 2021 gereed.
de tonk gaat met terugwerkende kracht gelden van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021.
de volgende contouren, waar gemeenten volgens hun decentrale beleidsruimte nog naar eigen inzicht vanaf mogen wijken, tekenen zich hierbij af:
- de focus ligt op woonkosten. dat is meestal veruit de grootste kostenpost in een huishouden. een tegemoetkoming maakt dus al gauw veel verschil. dat wil overigens niet zeggen dat vergoeding voor andere noodzakelijke kosten niet mogelijk is.
- bij aanvragen wordt gekeken of sprake is van onvoorziene en onvermijdelijke terugval in het inkomen en naar de draagkracht. dit betreft de verhouding tussen het inkomen en vermogen van een huishouden en de noodzakelijke kosten. met betrekking tot het inkomen is het actuele inkomen het uitgangspunt. wat betreft vermogen wordt alleen gekeken naar vermogen waar direct over beschikt kan worden. vermogen dat vastzit in de eigen woning en pensioenen worden bijvoorbeeld buiten beschouwing gelaten. over een vrijstellingsgrens wordt nog gesproken.
- de middelen voor de tonk (€ 130 miljoen) worden in twee tranches beschikbaar gesteld via het gemeentefonds. verantwoording over de middelen vindt lokaal plaats. de inzet voor het tweede kwartaal van 2021wordt bepaald aan het einde van het eerste kwartaal van 2021 op basis van de dan geldende situatie rondom de maatregelen tegen het coronavirus.
- rijk en gemeenten monitoren door regelmatig overleg en via beschikbaar komende gegevens van het cbs en de divosa benchmark hoe de implementatie en de uitvoering verlopen. zo worden knelpunten snel opgespoord en kan zo nodig worden bijgestuurd.