tot hotel-restaurant verbouwde woning deels belast met 6% ovb
Gepubliceerd op: 15 oktober 2020
een man koopt een pand dat in 1813 is gebouwd als woning, maar in 1956 werd verbouwd tot hotel-restaurant. op het moment van de aankoop bevinden zich twee restaurants op de benedenverdieping en twaalf kamers op de bovenverdieping, waarvan er vijf als b&b in gebruik zijn. de overige kamers zijn in de jaren tachtig verbouwd en in gebruik genomen als woningen. de man meent dat hij 2% overdrachtsbelasting (ovb) verschuldigd is, maar de inspecteur past het 2%-tarief slechts toe op de kamers die als woning in gebruik zijn. terecht, oordeelt hof den bosch. het pand heeft haar woonfunctie door de verbouwing in 1956 grotendeels verloren.
een onroerende zaak die oorspronkelijk is gebouwd voor bewoning, behoudt zijn woonfunctie voor de ovb. wordt de woning verbouwd en geschikt gemaakt voor ander gebruik, dan verliest de onroerende zaak zijn woonfunctie. de verkrijging is dan niet belast met 2% ovb maar met 6% ovb. kan een verbouwde woning echter met eenvoudige aanpassingen weer een woonfunctie krijgen, dan geldt toch het 2%-tarief. in de onderhavige zaak was daarvan volgens het hof echter geen sprake.