een huisarts heeft met haar dochter een coöperatieve vereniging opgericht. in deze coöperatie drijft zij haar praktijk. zij factureert maandelijks haar werkzaamheden bij de coöperatie en claimt in haar aangiften inkomstenbelasting de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling. de inspecteur meent echter dat zij geen ib-ondernemer is, maar dat zij in fictieve dienstbetrekking is bij de coöperatie.
hof den haag is het met de inspecteur eens. volgens het hof heeft de huisarts geen ondernemersrisico gelopen. de coöperatie is een rechtspersoon, die zelfstandig aan het rechtsverkeer deelneemt. de huisarts heeft slechts binnen dit kader haar werkzaamheden verricht.