tbs-verlies wegens afwaardering vordering terecht geweigerd – geen ambtelijk verzuim
Gepubliceerd op: 28 november 2019
een echtpaar leent bedragen aan de bv van de echtgenote. in 2011 waardeert het echtpaar de vordering af ten laste van het tbs-resultaat. de inspecteur volgt de ib-aangifte 2011 zonder nader onderzoek. als de vordering op de bv in 2013 opnieuw wordt afgewaardeerd, wint hij informatie in bij het echtpaar. op grond van die informatie stelt hij vast dat de lening onzakelijk is. hij corrigeert de ib-aangifte 2013 en legt over 2011 een navorderingsaanslag op. terecht, oordeelt hof den haag. de inspecteur heeft geen ambtelijk verzuim begaan. de ingediende ib-aangiften hadden juist kunnen zijn, als de lening zakelijk zou zijn geweest.
volgens de echtgenoot zou de inspecteur geen nieuw feit hebben, omdat de inspecteur de onzakelijkheid van de vordering al had kunnen afleiden uit de opgelegde aanslagen vpb 2011 van de bv en haar dochter-bv’s. die waren namelijk eerder opgelegd dan de voorlopige ib-aanslag 2011. uit de aanslagen had de inspecteur al kunnen opmaken dat de bv over onvoldoende liquiditeiten beschikte om haar schulden terug te betalen. het hof oordeelt echter dat de inspecteur niet gehouden was om de gegevens van de bv te raadplegen. ook de mededeling op de voorlopige ib-aanslag die aangeeft dat de inspecteur de aangifte zal onderzoeken, maakt dat niet anders.