een man genoot in 2016 een uitkering op basis van de inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (iva). in de aangifte ib werd deze uitkering aangemerkt als inkomsten uit tegenwoordige arbeid, waarmee hij recht op de arbeidskorting claimde. de inspecteur schrapt de arbeidskorting, omdat hij de iva-uitkering aanmerkt als inkomsten uit vroegere arbeid. volgens
rechtbank den haag heeft de inspecteur gelijk: de iva-uitkering vormt loon uit vroegere dienstbetrekking. de man beriep zich nog op het vertrouwensbeginsel, maar ving bot; de belastingdienst is niet gebonden aan mogelijke uitlatingen van hogeschoolmedewerkers die de aangifte voor hem hadden ingevuld.