een onderneming die onderdeel uitmaakte van een groep ondernemingen had vrijstelling gekregen van deelname aan de regelingen van bpf hibin. op voorwaarde dat de onderneming deel moest uitmaken van de groep én dat de pensioenregeling van de onderneming gelijkwaardig was aan de regeling van bpf hibin. bpf hibin trok de vrijstelling in; de onderneming had de groep had verlaten en de dekkingsgraad van de pensioenuitvoerder was onvoldoende. de onderneming had het pensioenfonds gemeld geen onderdeel meer te zijn van de groep, maar het fonds verlengde desondanks de vrijstelling. de
rechter vond dat bpf hibin daarmee het vertrouwen had gewekt dat de vrijstelling intact bleef.