Verhoging AOW-leeftijd mag arbeidsongeschikte niet onevenredig zwaar duperen
Gepubliceerd op: 3 april 2018
Wettelijke veranderingen in de pensioen- en AOW-leeftijd zijn altijd een prima bron van discussie. Want wie is er nu eigenaar van 'pensioen- en AOW-rechten'? Mag de overheid door het verhogen van de ingangsleeftijd wel inbreuk maken op deze rechten? Regel is dat de overheid dat mag, mits er een legitiem belang is. Ook moet het individu door de maatregel geen onevenredig zware last te dragen krijgen. In de situatie van een arbeidsongeschikte man oordeelde de rechter dat er inderdaad sprake was van een dergelijke onevenredig zware last. Wat was er aan de hand?
De man, geboren op 22 december 1951 en sinds 2005 arbeidsongeschikt, ontvangt een uitkering uit hoofde van een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Deze uitkering eindigt wanneer hij 65 wordt (22 december 2016). Zijn AOW-uitkeringen gaan in op 22 september 2017. De man maakt bezwaar bij de SVB; hij is niet bij machte om het ontstane inkomensgat over de tussenliggende 9 maanden op te vangen. De SVB gaat niet in op het bezwaar van de man, maar moet uiteindelijk toch door de bocht komen. De rechter draagt de SVB namelijk op om een nieuwe beslissing te nemen, met inachtneming van dit gegeven.