een zelfstandig werkende oogarts claimde dat hij over een periode waarin hij waarnam voor een collega, feitelijk in dienstbetrekking werkte. de oogarts kon alleen geen schriftelijke arbeidsovereenkomsten overleggen. daarnaast kon hij ook overigens niet aantonen dat er sprake was van een gezagsverhouding. desalniettemin claimt de oogarts bij het pensioenfonds zorg en welzijn (pfzw) dat hij over de perioden van waarneming pensioenaanspraken heeft opgebouwd. de
rechter ziet dat anders; de oogarts is er niet in geslaagd om bewijs te leveren dat hij in loondienst werkzaam was geweest. er was dus geen recht op pensioen. aldus het oordeel van de rechter.