voor bancaire lijfrenten is de minimale uitkeringsduur vanaf de aow-leeftijd 20 jaar. in de wet is geen maximale uitkeringsduur opgenomen. de kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting van de belastingdienst
vindt dat de maximale uitkeringsperiode niet dusdanig lang mag zijn dat – rekening houdend met de maximale levensverwachting van een inwoner van nederland – de rekeninghouder onmogelijk nog in leven kan zijn. dat is een plausibele uitleg, om te voorkomen dat vermogen wordt overgeheveld naar meerdere generaties erfgenamen zonder erfbelasting te betalen.