bij lijfrenten en ontslagstamrechten in eigen beheer wordt meestal gekozen voor een tijdelijke uitkeringsduur. het langlevenrisico van een tijdelijke oudedagslijfrente met een duur van 5 jaar of een ontslagstamrecht dat in nog kortere tijd mag uitkeren, is beperkt. toch wordt in de praktijk bij de waardering van de voorziening vaak het volle pond van -5/-6 leeftijdscorrectie toegepast, ongeacht de looptijd. zuiverder zou zijn om bij tijdelijke lijfrenten die korter uitkeren dan – zeg – 10 jaar, de leeftijdsterugstelling te beperken tot -2/-2, of met een geleidelijke afbouw naar -2/-2 toe in de laatste uitkeringsjaren. dat geldt ook voor de berekening van de commerciële waarde.
tip het effect van een afbouw van de leeftijdscorrectie is dat de voorziening actuarieel sneller daalt. zorg ervoor dat je de leeftijdscorrectie niet in te grote stappen verlaagt. het kan dan namelijk zijn dat de voorziening met een hoger bedrag daalt dan het bedrag van de jaarlijkse uitkering, met negatieve oprenting (= bate) als gevolg.